Onderzoek: een vergelijking tussen GVVP en SUMP

De vraag is in hoeverre de SUMP-methodiek van meerwaarde is voor de Nederlandse aanpak van lokale mobiliteitsplanning. Immers, vrijwel alle gemeenten in Nederland ontwikkelen lokaal mobiliteitsbeleid en leggen dit in een document vast (bijvoorbeeld GVVP of mobiliteitsnota). Daarom is onderzocht in welke mate GVVP’s voldoen aan de SUMP-methodiek en wat de meerwaarde en toepasbaarheid van de methodiek is. Hiervoor zijn tien GVVP’s getoetst aan de richtlijnen van de SUMP-methodiek. Deze toetsing is uitgevoerd met de SUMP Self-Assessment Tool (zie de pagina over de SUMP evaluatie tool elders op deze website voor meer informatie over de werking van de tool).

Onderzoeksresultaten

Van de honderd te behalen punten scoren de tien gemeenten er gemiddeld 52 (tussen de 42 en 64 punten). De Nederlandse plannen voldoen dus al voor een aanzienlijk deel aan de eisen van de SUMP-methodiek. Toch kunnen zes van de tien plannen geen SUMP genoemd worden. Dit komt doordat voor die plannen een of meer basisvragen met nee beantwoord zijn. De basisvragen hebben betrekking op basiseisen waaraan een SUMP in ieder geval moet voldoen. Aangezien veel onderdelen van de methodiek in de Nederlandse mobiliteitsplanning al worden uitgevoerd, kunnen de geanalyseerde plannen wel met relatief weinig aanpassingen een SUMP-classificatie krijgen.

In onderstaande figuur is per aspect weergegeven voor hoeveel procent de gemeenten aan de richtlijnen voldoen. Te zien is dat er relatief hoog gescoord wordt op de aspecten ‘participatie’ en ‘integratie’. Op ‘multimodaliteit’ en ‘probleem-, scenario- en kosten-batenanalyse’ is de score relatief laag. De score op multimodaliteit is wat vertekend, omdat er in de meeste plannen wel aandacht is voor de ontwikkeling van alle vervoerswijzen. Dit aspect bevat echter ook richtlijnen voor maatregelen op het gebied van bijvoorbeeld stedelijke distributie en Intelligent Transport Systems. Deze maatregelen ontbreken relatief vaak.

figuur2

Binnen de aspecten ontbreken bepaalde onderdelen relatief vaak. Daarom kunnen deze als aandachtspunt bestempeld worden:

  • Stellen van duurzame doelen

Duurzaamheid wordt vaak slechts zijdelings meegenomen, het is geen uitgangspunt voor de plannen. Dit komt doordat de focus in de plannen voornamelijk op bereikbaarheid en verkeersveiligheid ligt.

  • Opstellen langetermijnvisie

Een strategische visie ontbreekt relatief vaak. Omdat ontwikkelingen erg onzeker zijn, wordt het ontwikkelen van een langetermijnvisie lastig gevonden.

  • Scenario-ontwikkeling

Het bepalen van effecten van maatregelen is een aandachtspunt. In de meeste gevallen worden er namelijk geen scenario’s ontwikkeld om die effecten in beeld te brengen. Ook dit wordt als te lastig ervaren. Bovendien wordt het opstellen van scenario’s als niet relevant voor de gemeente gezien.

  • Opstellen kosten-batenanalyse

Het onderdeel kosten-batenanalyse ontbreekt relatief vaak, opnieuw omdat het als te lastig en niet relevant voor de gemeente wordt gezien.

  • Doelen SMART formuleren

Het SMART formuleren van doelen is een aandachtspunt. Enerzijds wordt dit als lastig beschouwd en anderzijds zijn sommige gemeenten van mening dat SMART doelen niet dynamisch zijn.

  • Opstellen implementatieplan

Een implementatieplan ontbreekt relatief vaak. Reden hiervoor is dat er vaak een beperkt budget beschikbaar is en dat het daarom onzeker is of maatregelen uitgevoerd kunnen worden.

© DTV Consultants 2017